HELP FILE


Installatie Calling Card, taak vier: De oproepkaart-applet op een Mac aanpassen

    Dit artikel geeft richtlijnen voor Beheerders van rescue.

    Een hoofdbeheerder kan de weergave van de Calling Card en de inhoud van het tabblad Calling Card aanpassen.

    1. Selecteer het tabblad Calling card.
    2. Bewerk de volgende opties, zoals gevraagd:
      Optie Beschrijving
      Rand Stel de kleur van de rand en de breedte ervan in pixels in.
      Voettekst Stel de kleur van de voettekst en de hoogte ervan in pixels in.
      Logo Het logo wordt getoond in de rechterbovenhoek van de Calling Card, zodra de verbinding met de technicus tot stand is gebracht. Om een voorbeeld te bekijken dat aan alle vereisten voldoet, kunt u het sjabloon downloaden.
      Help-URL U kunt instructies met betrekking tot de Calling Card beschikbaar stellen voor uw klanten. Via de Help-URL zijn deze instructies beschikbaar.
      Help URL uitschakelen Selecteer deze optie als u de menuoptie Help niet op de calling card wilt weergeven.
      Voettekst en links In de voettekst van de Calling Card is ruimte voor vijf hyperlinks naar andere websites. U dient de tekst zo kort mogelijk te houden, omdat de regelafstand een probleem kan vormen als u alle vijf links of lange linknamen gebruikt.
      Voorwaarden en Condities Gebruik de velden van de voorwaarden en bepalingen om een aangepaste link in te stellen naar de voorwaarden en bepalingen van uw organisatie of een andere wettelijke tekst.
      Tekst voor formulier U kunt deze velden gebruiken om maximaal drie regels tekst op te geven die boven aan het dialoogvenster in de Calling Card worden weergegeven. Voorbeeld: "Vul alle velden in en klik op Verbinding maken met technicus"
      Tekst na formulier U kunt dit veld gebruiken om één regel tekst op te geven die onder aan het dialoogvenster Verbinden met externe support in de Calling Card wordt weergegeven. Voorbeeld: "Bedankt!"
      Klantvelden Kies de invoervelden die u wilt toevoegen in de Calling Card interface. Aangepaste Velden worden genoemd op het tabblad wereldwijde instellingen.
      Let op: Selecteer Behoud tekst om door de klant ingevoerde waarden te behouden. Dit betekent dat de volgende keer dat een klant de Calling Card start, de voorheen ingevoerde waarden behouden zullen worden.
      Coderegels Op de pagina Verbinding via pincode kunt u maximaal drie regels tekst opgeven om aan de gebruiker uit te leggen wat hij moet doen om het formulier juist in te vullen. Voorbeeld: "Voer de zescijferige pincode in die u hebt gekregen van uw technicus"
      Ondersteunde verbindingsmethoden De Calling Card kan gebruikt worden om kanaalsessies, pincodesessies (privésessies) of beide te starten.
      Standaard verbindingsmethode Stel de verbindingsmethode in die standaard weergegeven moet worden wanneer de Calling Card wordt geopend. Wanneer beide verbindingsmethodes actief zijn, zal de klant in staat zijn tussen de methoden te schakelen met gebruik van het Verbindingsmenu op de Calling Card.
      Validatie bedrijfs-ID Selecteer deze optie om ervoor te zorgen dat de Calling Card alleen pincodes accepteert die door de ondersteuningsorganisatie zijn aangemaakt die ook de Calling Card heeft geïnstalleerd.

      De optie Validatie bedrijfs-ID is standaard geselecteerd.

    3. Klik op Wijzigingen opslaan.
    Let op: De naam van uw organisatie verschijnt op de Calling Card zoals u die hebt ingevoerd in het veld Organisatie op de pagina Mijn account > Modify Contact Information. Het "Powered by Rescue" logo kan niet worden aangepast.
    Tip: Nadat u wijzigingen hebt aangebracht, klikt u op de knop Regenerate op het tabblad Kanaal om het installatieprogramma te regenereren. Dezelfde verwijzings-ID wordt gebruikt. U hoeft uw klanten niet op de hoogte te stellen van de bijwerking, omdat de Calling Card-toepassing bij het opstarten automatisch wordt bijgewerkt. Uitzondering hierop is als u het installatieprogramma ergens op uw website plaatst zodat klanten het kunnen downloaden. Een dergelijk installatieprogramma wordt niet bijgewerkt. Zodra het echter door uw klanten is gedownload en uitgevoerd, zal het automatisch worden bijgewerkt. Als het oorspronkelijke installatieprogramma wordt verwijderd, gebruikt u de functie Opnieuw genereren om een identiek exemplaar van het installatieprogramma opnieuw lokaal op uw harde schijf te installeren.